Bandwerk merkenbouwers: Trotse media partner!
In het woordenboek staat het als volgt omschreven: het bewust en scherp richten van je aandacht, energie en gedachten op één specifiek doel, taak of onderwerp, terwijl je afleidingen negeert. Het is te vergelijken met het scherpstellen van een cameralens: het creëert helderheid, verhoogt de productiviteit en helpt bij het behalen van doelstellingen.
Als journalistje zit ik vaak langs de lijn bij Sportclub Rijssen, en tijdens wedstrijden speelt dit woord voortdurend door mijn hoofd. Focus is namelijk een staat waarin je moet komen én blijven. Het is iets dat je als team moet hebben, niet alleen op zaterdag, maar de hele week door. Het grotere doel moet altijd op nummer één staan.
Vorige week was er geen wedstrijd voor Sportclub Rijssen 5. Heerlijk: een weekend vrij, tijd voor andere dingen. Mooi moment om de Fiat Multipla naar de garage te brengen voor de jaarlijkse onderhoudsbeurt. Ook waren er nieuwe bandjes nodig, want door al die donuts op de parkeerplaats van de Koerbelt slijten ze wat harder dan gewenst. Wanneer ik zaterdag rond 13.00 uur de auto wegbreng, krijg ik van Appie en Geert een appje: een foto van een fles bier met de tekst “tjop”.
Een beetje geïrriteerd laat ik het bericht op me inwerken. Geen wedstrijd, en twee van de sterkhouders van het elftal zitten vroeg in de middag al aan het bier. Dat is geen focus! Toch wil ik weten hoe het zit en besluit ik Appie te appen.
“Mooi op tijd, onie,” zegt ik. “Tja, was niet gepland, maar Simon zag ons binnenkomen en zette uit gewoonte twee biertjes neer. Ja, dan gaan ze gewoon op hè. We gaan zo scouten bij SVZW tegen SV Rijssen.” Zegt Appie. Mooi, dacht ik. Toch nog die focus.
Geert heeft naast zijn rol als vertrouwenspersoon ook de taak van elftalspion. Als het schema het toelaat, pakt hij meerdere wedstrijden mee en brengt daarna verslag uit aan de staf. Deze keer gingen Geert, Appie, Matthijs, Brinks en Van Eden kijken naar de komende tegenstander. Volgens Geerts rapport verloor SV Rijssen met 4–1.
Net als tegen Sportclub Rijssen 5 waren er bij SVZW weer spelers aanwezig die eigenlijk niet in deze klasse thuishoren. Toch zagen de heren dat SV Rijssen 2 geen slechte ploeg is: twee sterke middenvelders en een snelle, creatieve vleugelaanvaller. Een team om rekening mee te houden. Na het testen van de gehaktbal en de speciaalbiertjes keerden ze terug naar Rijssen.
Door de week bel ik altijd even met Appie: hoe staat het elftal ervoor? Hij vertelt dat er voor de training veertien man zijn aangemeld. “Eindelijk weer,” zegt hij, “want met dat slechte weer werden het er steeds minder.” Volgens Appie wordt er te makkelijk gedacht over bepaalde dingen en is het tijd dat de totale focus erop gaat. Geen verslapping meer, alles geven voor dat ene doel.
Ik ben het met hem eens en vraag naar zijn gedachte over SV Rijssen. Appie weet het niet precies. “Ze staan erom bekend dat ze spelers meenemen van het eerste, maar dat hebben we bij SVZW niet gezien.”
Hij zucht.
“Wat is er?” vraag ik.
“Nou,” zegt Appie, “ik kijk altijd naar onze keeper. Davey. De rust zelve. Een bonk stabiliteit, niet gek te krijgen. En juist hij is zenuwachtig. Nou, dan word ik ook bang.”
Ik stel hem gerust: in mijn carrière als voetbaljournalist heb ik dit vaker meegemaakt. De soep wordt meestal niet zo heet gegeten als hij wordt opgediend.
Dan is het zaterdag: de eerste wedstrijd van een reeks die bepaalt of Sportclub Rijssen 5 voor het kampioenschap gaat. Kleren aan, borstel door de bek, koffie, Yakultje, klein zenuwpoepje, en op naar de auto voor de kraker Sportclub Rijssen 5 – SV Rijssen 2. Maar bij de parkeerplaats zie ik dat de leenauto er nog staat. Dus deze keer geen Fiat Multipla, maar een Ford Focus 1.3. Even wennen, want deze Focus heeft geen kuipstoeltjes zoals mijn Multipla.
Bij de Koerbelt is het druk. Ik parkeer de Focus, trek mijn gele hesje aan en loop naar boven. Bij het veld schrik ik: daar staan Appie en zo’n zes spelers van het vijfde. Ze kijken naar de wedstrijd van het derde. Ik besluit het lot te tarten en naast ze te gaan staan. Alleen Appie zou mij moeten herkennen, maar hij reageert niet. De spanning is wel voelbaar. Van Eden kijkt voortdurend of SV al op het sportpark is met de vraag rijst: wie nemen ze mee?
Als de jongens gaan koffie drinken zoek ik mijn plekje in de bosjes op en wacht tot de wedstrijd begint.
Wanneer de spelers één voor één het veld opkomen voor de warming-up, bel ik Appie.
“Hé vriend, dag moat. Hoe is het? Zenuwachtig?”
“Mwoa,” zegt Appie, “gezonde spanning. Het schijnt dat SV met het eigen team is gekomen.”
“Netjes van ze,” zeg ik.
“Tja, nu hebben ze maar dertien man,” zegt Appie, “maar gelukkig.”
Volgens hem spelen we in een 4-5-1, waarbij coach Van Eden bepaalde spelers specifieke opdrachten heeft gegeven om de gevaarlijke mannen van SV uit te schakelen en druk op het middenveld te zetten.
Tijdens het warm lopen zie ik dat Matthijs (El Capitano) en Van Eden volledige focus eisen. Geen gelanterfant, geen geintjes. Scherp.
De scheids fluit, Sportclub Rijssen 5 trapt af. De eerste vijf minuten gaan op en neer. SV Rijssen 2 verovert de bal, laat hem rondgaan en straalt vertrouwen uit. Maar dan heb je iemand nodig die korte metten maakt met de situatie. Iemand die het team op de schouders neemt. Iemand die laat zien dat er vandaag niets te halen valt.
Sportclub Rijssen 5 hééft zo iemand: Matthijs de Jonge, El Capitano. Wanneer de kleine, clubhoppende middenvelder van SV aan de bal komt, zet Matthijs druk en dwingt hem tot een foute pass. Geert onderschept, speelt in één keer door naar Vlist, Ruud, Wessels. Wessels passt hard naar Matthijs, die iets doet wat ik alleen bij de groten der aarde heb gezien.
Hij neemt de bal in één vloeiende beweging aan, laat hem voor zijn rechter stuiteren en schiet hem uit de heup. Via de kruising en de onderkant van de lat vliegt hij binnen.
Een doelpunt van Puskas-achtige proporties.
Het geloof zakt bij SV in de schoenen. En als je dan ziet dat iemand die zo’n wereldgoal maakt daarna verder voetbalt alsof het de normaalste zaak van de wereld is… dan weet je genoeg.
De wedstrijd gaat verder. Door het vastzetten van de gevaarlijke spelers door Matthijs, Yorick en Wessels komt SV niet verder dan een paar kansjes en een afzwaaier die door de inmiddels toch zenuwachtige Davey verkeerd werd ingeschat en via zijn handschoenen op de lat belandde.
Achterin wordt geroepen dat ze “die gast van die hattricks” vast moeten zetten. Door het hoogstandje van eerder proberen de SV’ers Matthijs uit de wedstrijd te halen, maar iedereen weet dat de man van de hattricks iemand anders is. En net wanneer SV weer wat begint te voetballen, denkt Sil: oké, dan maar weer even aan de hattrick werken. Bij een corner komt hij boven iedereen uit bij de tweede paal en kopt de 2–0 binnen. Lekker hoor.
Daarna komt het moment waarop focus weer belangrijk wordt. SV heeft nog een sprankje hoop en zal alles geven om terug te komen. De 2–1 hangt in de lucht. Je moet als ploeg de wedstrijd in het slot kunnen gooien op deze momenten.
Na rust valt me op dat een sterk spelende Tank-Jan is gewisseld voor Teunissen. In de tweede helft zijn er kansen over en weer. SV grijpt de overhand en wordt gevaarlijker. Steeds meer ballen worden op het middenveld verloren. In journalistieke termen: er hing een doelpunt in de lucht.
Dan wisselt SV. Er wordt geseind naar elkaar; zelfs bij de bank van Sportclub slaat het ongeloof toe. Halen ze nu Telstar Tinus van het veld? Onbegrijpelijk. Hij haalde de ene na de andere bal vakkundig weg. Je moet hem niet aanspelen, want hij is een betere zanger dan voetballer, maar hij had alle ballen wél.
En alsof de duivel ermee speelt, denkt Sil: even druk zetten op die nieuwe verdediger. Sil komt dichterbij, er valt een schaduw over de nieuwe verdediger, die in het donker struikelt over de bal. Sil pakt de bal af en schiet de bal hard achter de keeper. Daarmee zit de wedstrijd in het slot.
Na de 3–0 let ik ook op andere spelers van het legendarische 5e. Achterin zijn Geert en Michel de rust zelve. Er worden weinig fouten gemaakt, dankzij hun goede spel. Op de back schakelt Tijmen de gevaarlijkste speler van SV uit. Teunissen speelt een sterke wedstrijd en verzorgt de coaching van achteruit.
Op het middenveld maakt Yorick veel vuile meters, Wessels en Leo spelen tussen de linies en Matthijs is de pitbull voorop. Aan de buitenkanten een balvaste Ruud en een giftige Daan. Doordat iedereen hun afspraken nakomt, kan Sil voorin de doelpunten maken.
Van Eden wisselt: Jon, Leo en Nick Harbers komen erin. SV krijgt geen poot meer aan de grond. Sil denkt: weet je wat, ik maak mijn hattrick compleet. Hij pakt de bal, passeert drie verdedigers en schiet hem in de lange hoek. 4–0. Nummer 26 en we zijn pas op de helft.
Met nog vijf minuten te gaan mag Peter minuten maken van de dokter. Peter, bekend als het Kanon, geeft alles en piekt in korte tijd. Hij sprint langs twee verdedigers, gaat op de goal af, maar stopt niet en eindigt met bal en al in de boarding. Hij blesseert zich en wordt na 74 seconden weer gewisseld voor Daan.
4–0 eindstand.
De eerste tegenstander van formaat. De eerste echte uitdaging. Weer een concurrent minder.
Ik loop terug naar de parkeerplaats. Ik weet dat het nog lang gezellig wordt in de kantine, waar de drie punten uit de broekzak worden getoverd. Maar ik besluit terug te rijden in de Focus en denk bij mezelf: phoa, wat een seizoen.
’s Avonds ontstaat er paniek in de app: Patrick, ambulance Esstraat. Appie belt in tranen: “Dat zijn mijn jongens.” Blijkbaar had iemand de focus verlegd van voetbal naar een olympisch record op de afdaling Koerbelt–De Es en is hij ongelukkig gevallen. Hij moest mee naar het ziekenhuis. Brinks ging mee en hield iedereen op de hoogte.
Later die avond bel ik Appie. Hij is weer wat bijgekomen en vertelt dat de gewonde speler weer aanspreekbaar is.
Op naar volgende week, waar de focus er opnieuw op moet. Dan wacht Juventa uit Wierden: weer een belangrijke pot.
Ik mag het niet zeggen, maar tot volgende week.
Forza Sportclub Rijssen 5
Bandwerk merkenbouwers: Trotse media partner van Sportclub Rijssen