Bandwerk merkenbouwers: Trotse media partner!
Als ik terugkijk op de periode als journalistje bij Sportclub Rijssen 5 en alle verslagen erop nalees, dan besef ik me dat dit wel iets aparts is wat ik, maar ook de spelers en supporters, meemaken. De meeste mensen kennen nu het 5e elftal als een mooi voetballend elftal, maar een belletje met de archivaris van het elftal, Sir Marinus Buks, leert mij dat dit jaar geen vanzelfsprekendheid is.
Volgens Marinus is dit elftal een gokje der natuur, een gokje. Want als je zes bladluizen, een toekan, een accountant met zijn drie zwagers en vier uitgeprocedeerde voetballers bij elkaar zet in een elftal, dan is het geen vanzelfsprekendheid dat dit uitmondt in één van Rijssens best presterende elftallen.
Als ik Sir Buks vraag naar de levensloop van het 5e elftal, is Sir Buks duidelijk. Jan Zwiers, Suuske, Bal en natuurlijk mijzelf hadden al jaren op niveau gepresteerd en besloten een elftal op te leiden: een elftalmix met jonge keals en oud verstand. Een elftal waarin door gezelligheid het voetbal steeds beter wordt.
Volgens Sir Buks heeft dat elftal nooit stilgezeten, want er is doorgeselecteerd. Keals als Brinks, Van Eden en Lem konden zich in het elftal spelen en meegroeien in de progressie die nagestreefd werd. Meerdere buitenlandse trainingsstages werden belegd en buitenlandse overwinningen tegen niet minder dan FC Germania 1911 Arzheim en SG Zewen Igel Langsur werden behaald. Naar het verstrijken van de tijd spreken de gezelligheid en de prestaties veel voetballers aan, die hier ook onderdeel van willen uitmaken.
Nu voetballen wij als ouderen niet meer mee, maar zijn we wel degelijk een onderdeel en bewaken wij de cultuur en de gezelligheid.
Als ik meneer Buks vraag hoe groot het succes is: kijk, een kampioenschap in de topklasse en jarenlang op het hoogste niveau voetballen omdat je er een bult geld tegenaan gooit, zoals Excelsior, komt nog niet in de buurt van het succes van wat de heren van Sportclub Rijssen 5 aan het bewerkstelligen zijn.
Als ik het college van burgemeester en wethouders was, dan wist ik het wel en kregen deze heren een huldiging van heuse proportie.
Ik bedank Sir Marinus Buks voor zijn tijd en wijsheid en hang de telefoon op.
Met een goed gevoel begin ik mijn week. Het zenuwachtige gevoel is weggetrokken en heeft plaatsgemaakt voor een euforisch gevoel, ook niet echt te omschrijven, maar wel lekker. Als je als journalist er al een goed gevoel bij hebt, nou, dan moet het wel goed komen.
Komende zaterdag zou DETO voor de eerste keer de tegenstander zijn van Sportclub Rijssen 5. Het Vriezenveense DETO, in vorige jaargangen van het 5e elftal vaak een Waterloo; vaak liet Sportclub Rijssen 5 tegen DETO de punten liggen. DETO, de club van oud-Sportclubheld Arjan Drent, aka The Viking. Ook vijfde keeper en tevens VVD-lijstduwer R. Geerligs komt weg bij deze Vriezenveense club. Alle reden dus om scherp te zijn en deze wedstrijden meer dan serieus te nemen.
Als ik bij mijn wekelijkse belletje Appie nog even bel om de week door te nemen, zegt Appie alles onder controle te hebben. Coach Van Eden moest werken, maar de geblesseerde El Capitano zorgde dat de trainingsvormen werden uitgezet. Als een heuse Sturmführer hield hij de groep scherp en eiste dat het uiterste gegeven werd in de training.
“Joa,” zegt Appie, “als Mathijs traint, dan kan ik gewoon rustig naar binnen om alles klaar te zetten voor na de training.”
Als ik Appie vraag naar zijn gevoel, zegt hij dat hij ontspannen is. “Een gevoel wat ik over wil dragen naar de groep, want de jongens zien dat ook en ik hoop dat ze dat overnemen in plaats van dat zenuwachtige gedoe van Geert en Van Eden.”
Ik wens Appie nog een ontspannen week toe en hang de telefoon op.
Zaterdagochtend voel ik mij relaxt; een goed gevoel overmeestert me. Als ik in de Fiat Multipla 2.6 diesel turbo injectie stap om naar de Koerbelt te rijden, word ik wederom overvallen door een gevoel van gerustheid. Ik rijd weg en als ik al dromerig na een half uur word ingehaald door een politieauto en ik het stopbord omhoog zie gaan, zie ik dat ik 35 km per uur over de snelweg reed. Ik word aan de kant van de weg gezet.
De politieagent stapt uit en loopt naar mijn raampje. Ik geef een slinger aan de handmatige raambediening en open langzaam het raam van de Fiat Multipla.
“En waar dachten wij mee bezig te zijn?”
“Huh, wat bedoelt u?” zeg ik.
“U reed 35 km per uur op de snelweg,” zegt de agent.
“Sorry,” zeg ik tegen de agent, “maar ik ben een journalistje van een elftal dat op kampioenskoers ligt. En dat gaat nu zo lekker dat ik overmand werd door een gevoel van gerustheid en daardoor niet heb gezien hoe hard ik ging.”
Opeens begint de agent te lachen. “Journalistje? Ben jij dat?” Verbaasd kijk ik de agent aan.
“Ik ben het, politieagent Thom. Das Fanthom, ‘als de morgen is gekomen’.”
Ineens herken ik Thom, de geblesseerde vierde rechtsback van het 5e elftal van Sportclub Rijssen.
“Dus snel doorrijden,” zegt Thom, “want we hebben liever dat je iets sneller rijdt dan te langzaam; dan kunnen wij ook nog wat verdienen,” lacht hij.
“Tot vanmiddag op de Koerbelt.”
Ik zwaai en rijd verder.
Als ik bij de Koerbelt aankom, parkeer ik mijn bolide en loop naar boven om mijn vertrouwde plekje in de bosjes in te nemen. Beide selecties staan al op het veld en beginnen aan de warming-up. Als de beats door de speakers donderen, besluit ik Appie te bellen voor de opstelling.
“Joa, gewoon 4-5-1. Waarom wat wijzigen als het goed is? We weten dat DETO twee goede buitenspelers heeft, die supersnel en behendig zijn. Deze moeten we vastzetten en dan hebben we de wedstrijd.”
Ik bedank Appie en hang op. Sportclub trapt af en de wedstrijd is begonnen.
Al gauw is duidelijk dat Appie gelijk heeft en door middel van lange ballen van achteruit worden de buitenspelers gezocht om deze in stelling te brengen. Maar nu staan ze tegen Sportclub Rijssen 5, van de competitie het elftal met de minste doelpunten tegen en de meeste doelpunten voor.
En dat wordt gelijk duidelijk gemaakt door de vier verdedigers van Sportclub. Onder leiding van Geert klappen Tymen, Randy en Nijkamp in elk duel en worden de snelle aanvallers vleugellam gelegd. Hierdoor kan er naar voren worden gespeeld en voetballend kansen worden afgedwongen.
Het duurt dan ook niet lang voordat de eerste goal erin gaat. Na acht minuten is het Jordy die drie verdedigers het bos in kapt en de bal behendig binnenschiet: 1-0.
Bam. Goed begin.
Sportclub Rijssen 5 blijft drukken en twee minuten later is het weer raak. Nadat er door de keeper weggewerkt werd, is het Ruud die op de goede plaats staat en, voordat hij scoort, nogmaals de keeper omspeelt en de bal binnenschiet: 2-0, siiiiiiii.
Als er na vijf minuten eindelijk een keer een bal goed valt voor de snelle nummer 24 van DETO, slingert hij als een gladde aal door de defensie van het 5e en is het Nijkamp die te laat is en nummer 24 neerhaalt. Strafschop.
Niet erg, want Davey pakte van de negen à tien strafschoppen dit jaar er al zeven. Nummer 24 neemt zelf de strafschop, een aloude voetbalwet raadt dit ten zeerste af, maar ja… Nummer 24 legt aan. Natuurlijk stopt Davey de bal, maar in de rebound scoort de buitenspeler alsnog de 2-1.
Hierna zie je dat er bij sommige spelers van Sportclub Rijssen een soort besef toeslaat: als ik kampioen wil worden, moet ik nu alles geven. Behalve bij één speler van Sportclub Rijssen 5, deze was met heel wat anders bezig, namelijk: hoe maak ik mijn hattrick op een nog knappere manier dan dat ik al deed?
Nou dames en heren, ik neem u mee naar de 25e minuut van de wedstrijd, waar de Beer uit Maarssen na een mooie combinatie met Jordy de 3-1 binnenschiet. Twee minuten later de 4-1 en vijf minuten later de 5-1. Een heuse loepzuivere hattrick binnen tien minuten, wat een fenomeen.
Als de nummer 24 van DETO besluit voor de tweede keer de zestien in te dribbelen, maar dan Geert tegenkomt, is het klaar. Geert is bezig met een kampioenschap en duldt niet dat mensen dat willen verstoren. Geert schopt je dan uit de wedstrijd. En zo geschiedt: Geert raakt de nummer 24 en de scheidsrechter fluit af voor de rust. In de tweede helft zie ik Peter de nummer 24 naar binnen tillen omdat hij niet meer kan lopen.
Als de wedstrijd verdergaat, is het Jordy die op een wonderschone wijze de keeper voor de zesde keer passeert: 6-1. En omdat het kan, maakt Sil door middel van een hard schot zijn vierde: 7-1. Heerlijk hoor.
En als het zo’n wedstrijd is, trekken anderen zich daaraan op. Een bal wordt ingebracht over de zijkant en via een combinatie tussen Brinks en Martijn komt de bal voor de goal in het vijfmetergebied te liggen. De verdedigers en keeper van DETO raken in paniek, want daar staat ook Teunissen, die koelbloedig heel DETO langs de bal laat trappen en daarna uiterst rustig de bal achter de keeper schiet: 8-1.
De keeper van DETO is er duidelijk klaar mee en dan hoop je op een vorm van genade. Nee. Wel is er Pongers, die nog even een schep zout in de net opengereten vleeswond strooit door, na een behendige dribbel en een combinatie met Jon, de bal in de lange hoek te krullen: 9-1.
Hierna verlost de scheidsrechter de verslagen Vriezenveners uit hun lijden en blaast voor het einde van de wedstrijd.
Omdat het zo’n jaar is, vallen wederom de andere uitslagen van de 6e klasse 36 in het voordeel van het 5e elftal van de club uit Rijssen. Hellendoorn krijgt billenkoek van SV Rijssen en SVZW en Den Ham zijn gestaakt bij een stand van 1-0 voor SVZW.
Volgende week weer een uitwedstrijd naar Vriezenveen, waar het 5e van Sportclub Rijssen wederom een stap dichter bij het kampioenschap zal zetten.
Zeven maanden, na het begin van de eerste reis van de Sportclub Rijssen 5 Express, dendert deze nog steeds op volle vaart op een kampioenschap af. Maar heren van het 5e: neem niets voor lief. Niets komt vanzelf, niets is gratis en je zult ervoor moeten blijven strijden. Blijf dat doen en over een dikke maand is het groot feest.
Forza die Sportclub
Forza i futuri campioni
Bandwerk merkenbouwers: Trotse media partner van Sportclub Rijssen