Bandwerk merkenbouwers: Trotse media partner!

De terechte kampioen

Gepubliceerd op: maandag 4 mei 2026
Lees verder onder de foto
Blog Details Image

Hallo mensen, hier zijn we weer. Ga er maar even lekker voor zitten, want er is weer genoeg gebeurd in het wonderlijke elftal van de helden van Sportclub Rijssen 5.

Vorige week belt een collega van de sportredactie van het AD mij op met de mededeling dat hij een verrassing voor me had. Ik moest zaterdag maar klaarstaan, want ik zou worden opgehaald. Ik zeg tegen mijn collega dat dat mooi uitkomt, want Sportclub Rijssen 5 hoeft namelijk niet te voetballen. Net zoals clubs als PSV en AZ, die lekker naar Barcelona en Ibiza gaan als de prijs binnen is, gaat de selectie van het legendarische vijfde op teamweekend. Er moet immers nog één punt gehaald worden, zeg ik tegen mijn collega.

“Ja,” zegt hij, “maar er zijn zat voorbeelden dat dat ene punt zwaar wordt onderschat.”

Ik zeg dat ik de jongens persoonlijk ken en dat het misschien wel goed is dat de druk even van de ketel gaat en dat er wat aan teambuilding wordt gedaan.

Als ik Appie bel op donderdagavond voor ons wekelijkse gesprekje, hoor ik meteen dat hij druk is.

“Ja, wat is er?” snauwt Appie.

“Alles goed?” vraag ik.

Appie mompelt iets van: “handdoek - trui - lange broek - reserve halve liter – oordopjes - natte doekjes… MARLEEN! WAAR IS MIJN KORTE BROEK?!”

“Appie, wat ben je aan het doen?” vraag ik.

“Ik ben druk, joh,” snauwt hij. “Moet alles nog inpakken!”

Ik vraag hem waar de reis heen gaat. Met een teleurgestelde stem laat Appie weten dat hij het niet weet.

“Oh, lachen,” zeg ik. “Gewoon instappen en ergens uitkomen.”

Appie mompelt dat hij het maar niks vindt. “Straks gaan we vliegen… of hoe lang zit ik in de bus? Ik moet toch mijn busdrinktempo weten te vinden. Dat kan alleen als ik het aantal kilometers weet, zodat ik dat kan vermenigvuldigen met de gemiddelde snelheid en daarna deel door het jaartal van de bierbrouwerij.”

Ik zeg tegen Appie dat hij zich moet laten verrassen en vertel dat ik zelf ook een verrassing heb gekregen.

“Nou, veel plezier,” zegt Appie. “Zullen we bellen als we er zijn?”

Dat spreken we af.

Vrijdagochtend word ik opgehaald door mijn collega. Tasje mee, goed humeur, instappen.

“Waar gaan we heen?” vraag ik.

“Verrassing,” zegt mijn collega, “maar je gaat dit leuk vinden.”

Als we rond half elf de A15 opdraaien, krijg ik een appje van Appie:

“GVD, ze gaan naar het vliegveld… PORTO! Help me dan!”

Ik vertel mijn collega over Appie. Die lacht en zegt: “Ruwe bolster, blanke pit?”

Ik knik. Ondertussen denk ik: lekker hoor, Porto.

We rijden richting België. Als we even stoppen voor een sanitaire pauze, zie ik in de verte een groep staan. Sommigen hebben Franse baretjes op en spelen een potje jeu de boules. Als ik beter kijk, denk ik: is dat nu Sportclub Rijssen 5 Nee, dat kan niet, die zitten in het vliegtuig naar Porto… toch?

Ze leken er wel op. Mijn collega zegt nog: “Die gaan toch niet staan jeu de boelen”

Ik stem in. “Raar hè,” zeg ik, “dat je ineens andere groepen voor je vrienden aanziet. Ik dacht echt dat ik Geert, Suuske, Jan… zelfs Frank zag.”

Mijn collega heeft het over een soort fata morgana en we rijden door richting Frankrijk.

Als we aankomen bij het hotel in Rijssel pakken we een restaurantje en daarna nog een terrasje. Heel gezellig. Morgen hebben we een bijeenkomst van sportjournalisten, dus op tijd naar bed.

Tegen een uur of acht ’s avonds krijg ik een telefoontje van Appie. Met dubbele tong vertelt hij dat Porto niet doorging en dat ze uiteindelijk in Frankrijk zijn uitgekomen… in Lille.

Ik vertel hem dat wij in Rijssel zitten, ook in Frankrijk.

Appie zegt: “Jammer dat we niet in dezelfde stad zitten…”

En dan wordt het stil.

Zachtjes hoor ik Appie snurken.

Zou hij nou gewoon in slaap zijn gevallen tijdens het bellen?

Als we na de bijeenkomst voor journalisten nog even wat gaan drinken, zoeken we in het drukke centrum een terrasje op. We zitten lekker in de zon als ik in de verte geschreeuw hoor. Midden door de mensenmassa komt ineens een groep mensen aan fietsen. Ze manoeuvreren zich opvallend soepel door de drukte heen.

Net als ik een slok van mijn wijn wil nemen, zie ik het: Frank Baan, de leider van de groep. Daarachter Van Eden op een veel te klein fietsje, Daan, Brinks, Jon, Jan, Suuske… de hele groep!

Ik wrijf in mijn ogen.

“Dat zijn ze,” zeg ik tegen mijn collega. “De helden van het vijfde!”

Ik zwaai nog, maar ze zien me niet.

Ik besluit Appie te bellen, die zag ik namelijk niet in de groep.

“Appie, waar ben je?”

“Op het terras in Lille,” zegt Appie. “In de zon.”

Ik vertel hem dat ik net de jongens zag fietsen.

“Kan,” zegt Appie droog. “Die fietsen door de stad.”

“Zitten we dan in dezelfde stad?” vraag ik.

Appie zucht… en verbreekt de verbinding.

Later krijg ik nog een appje van hem, waaruit blijkt dat Lille en Rijssel gewoon dezelfde stad zijn. Toch weer toevallig.

“Morgen rijden we mee in de reclamekaravaan van Luik-Bastenaken-Luik,” zegt mijn collega. Dus: weer vroeg naar bed.

Op zondagochtend, onderweg naar Luik, besluit ik Geert te appen om te vragen hoe het weekend was. Ik krijg een samenvatting in steekwoorden terug:

“Top, gaaf, 20 tray Klok, wijnproeverij, Henk-Jan, boven natuurlijk, Leo ook, Temple Bar op de kop gezet, nu slecht te passe maar met Klok haal ik het wel.”

Fijn om te horen dat de heren van het elftal het ook leuk hebben gehad.

Als ik voorin de reclamekaravaan zit, kom ik erachter dat ik wielrennen eigenlijk gewoon kut vind. Ik ben een voetbaljournalist, zit ik hier 200 kilometer lang naar… niks te kijken.

Als we op zo’n 50 kilometer van de meet een bocht omhoog nemen, staan er langs de kant ineens veel mensen in zwarte shirtjes. Eén shirt springt eruit: een Eagles-shirt.

Dat is Appie.

Achter op de bus zie ik een spandoek: Sportclub Rijssen 5.

Dat zijn ze. Dat zijn mijn vrienden.

Ik zwaai, ze schreeuwen en zwaaien allemaal naar mij, wat fijn om ze te zien .

Maar toch mooi dat mijn team een soortgelijk weekend heeft gehad als ik. Leuk.

Donderdag besluit ik Appie nog even te bellen voor de wekelijkse update. Ik krijg te horen dat door het afgelopen teamweekend de conditie van het hele team een flinke knauw heeft gehad.

“Pluspunt is dat Matthijs (el Capitano) weer terug is van zijn blessure,” zegt Appie. “Dat is fijn, want el Capitano zet de boel altijd op scherp. Zorgt voor strijd en dat hebben we de afgelopen wedstrijden wel een beetje gemist.”

Zaterdag nog één punt halen in Den Ham.

“En dan zijn we er,” hoor ik Appie bijna emotioneel zeggen.

“Dan zijn jullie verdiend kampioen,” zeg ik.

“Ja,” zegt Appie. En hij hangt snikkend op.

Als hij ophangt, denk ik terug aan dit jaar. Wat een seizoen, man. Grandioos.

Voor het eerst weer meedoen aan de beker en de poulefase zonder puntverlies doorkomen. De superderby tegen Team Sexy. Ondertussen gewoon blijven winnen. Die wedstrijd tegen ASV, waarin we de penaltyserie wonnen. De Sportclub Rijssen Expres die maar bleef denderen. Ongeslagen de winterstop in.

De wedstrijd bij VIOD verloren, maar wat een pot. Pas in maart het eerste verlies in de competitie verloren. Daarna weer opkrabbelen En toen: de blik volledig op het kampioenschap.

Eén doel. Eén taak. Uitvoeren.

Wat een seizoen. Dit maak ik als journalistje nooit meer mee.

Op zaterdag word ik toch een beetje zenuwachtig wakker. Misschien is vandaag de dag. Maar bij verlies wordt het ineens spannend, met nog Hardenberg-uit en het altijd lastige Juventa op het programma.

Als ik in Den Ham aankom, zie ik de jongens al op het veld staan. Stiekem loop ik om en zoek een plekje in de bosjes.

Meteen zie je het verschil: fanatisme. Duidelijk dat Matthijs terug is. De warming-up begint strak en scherp. Heerlijk, er is weer leiding binnen de lijnen.

Van Eden zit nog wat aan zijn gezicht te frunniken. Zenuwachtig. Maar daar komt de scheidsrechter al aan. Sportclub Rijssen 5 maakt zich klaar.

En Den Ham… dat zijn geen koekebakkers. Moeizaam begonnen aan het seizoen, maar in de tweede seizoenshelft een sterke reeks neergezet.

Sportclub Rijssen begint weer in een 4-5-1-opstelling waarbij er naar Sil wordt gezocht. De eerste helft is een wedstrijd die alle kanten op vliegt. Wel is het Sportclub dat de kansen afdwingt en na een paar kansen is het raak. Ik hoef zijn naam niet meer te noemen, want het fenomeen uit Maarssen staat na een knappe voorzet van Martijn weer op de goede plek en rondt knap af: 0-1. Hierna zien we dat ook Sil menselijk is, want in een tijdsbestek van 5 minuten heeft hij de 0-2 en 0-3 op de schoen, maar door goed keeperswerk mist Sil de kansen. Jammer. Dan begint Den Ham meer te voetballen en zowaar komt Davey een paar keer onder druk. De verdediger van Den Ham stormt regelmatig op van eigen veld en maakt het Sportclub Rijssen 5 nog best lastig. 0-1 de rust in, deze wedstrijd is nog niet gewonnen.

In de tweede helft is het duidelijk dat Den Ham het Sportclub Rijssen niet cadeau geeft en door goed voetbal en een paar verdedigende fouten gebeurt het dan toch: 1-1. Op de gezichten aan de zijde van Sportclub Rijssen 5 zie je de spanning toenemen. Den Ham blijft druk zetten. Met name door Artur weet Sportclub Rijssen 5 zich onder de druk uit te voetballen en als de beste man dan ook nog eens met buitenkantvoet-passjes op maat gaat geven, zie je Den Ham denken. De trainer van Den Ham lacht naar Van Eeden dat het nu wel tijd is om de spits te wisselen. Van Eeden lacht terug, zegt niks, maar je ziet hem denken: wacht maar.

En dan de mooiste van het jaar. Niet hoe deze goal wordt gemaakt, maar het moment. 1-1, een kampioenschap dat op de tocht staat, een doordrukkend Den Ham en dan, kort na de tegengoal, rustig blijven voor de goal. De bevrijding langs de kant nadat de bal de touwen raakt. En u raadt het al: Sil loopt wederom weg met de handel. 1-2.

Hierna krijgt Sportclub de bovenhand en weet Den Ham het niet meer op te brengen. De wedstrijd krijgt nog een kans en bijna een hattrick, maar door een katachtige redding van de keeper wordt het slechts een corner. Als er na een blessurebehandeling van Den Ham weer wordt doorgespeeld, besluit de goed fluitende scheidsrechter te fluiten voor het einde van de wedstrijd.

Dit is het moment, het hele jaar komt samen. De spelers vliegen elkaar in de armen en als een groep springen en zingen mijn helden: KAMPIOENEN, KAMPIOENEN.

Ik wil ook mee springen, maar ken mijn plek in de bosjes. Champagne plopt de lucht in, spandoeken en fakkels gaan de lucht in. Dames en heren, lezers en lezeressen, deze volgende zin:

SPORTCLUB RIJSSEN 5 IS KAMPIOEN!!!!!!!!!!!

Met tranen in de ogen app ik Appie: gefeliciteerd man. Appie typt: jij ook gefeliciteerd vriend, wat een seizoen. Als ik terugloop naar de Fiat Multipla 2.6 liter diesel, injectie en sportuitlaat, pak ik Spotify erbij en zoek Sportclub Rijssen 5 kampioen op. Daar staat een nummer, in der Meister, volume op 100 en daar gaat hij. Vol gas scheur ik weg. Uit de speakers klinkt: we are the Champions, wir sind die Meisters. Met tranen van trotsheid en een lach van geluk rijd ik naar huis.

Dames en heren, Sportclub Rijssen 5 is kampioen en dat pakt ze die jongens nooit meer af. De Sportclub Rijssen Expres zal na deze reis stilstaan om de kampioensschaal voor op de neus te knuppen. Want met nog 3 wedstrijden te gaan blijft de trein door denderen.

Forza di campione, forza die Meisters, forza Sportclub Rijssen 5.

Wij zijn trots op onze sponsoren

Bandwerk merkenbouwers: Trotse media partner van Sportclub Rijssen